Erasmus Centre for Penal Studies

Het ECPS in Caribisch Nederland

Het Erasmus Center for Penal studies (ECPS) is opgericht in 1994 en maakt sindsdien onderdeel uit van de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Traditioneel gezien is het ECPS sterk geworteld in het onderwijs voor de politie. Naast onze van oudsher sterke oriëntatie op het politie-onderwijs heeft het ECPS de laatste jaren een belangrijke ontwikkeling gehad voor zover het gaat om onderwijs aan andere instanties zoals de strafrechtsadvocatuur en het openbaar ministerie. Naast het onderwijs kent het ECPS in de laatste jaren een ontwikkeling richting het opzetten van andere activiteiten zowel op nationaal als internationaal niveau. Te noemen valt het ontwerpen van een nieuw Wetboek van Strafrecht voor de (voormalige) Nederlandse-Antillen, Aruba en de republiek Suriname, de herziening van het Wetboek van Strafvordering (voormalige) Nederlandse Antillen en Aruba en de evaluatie experiment met raadsman bij het eerste verhoor. Het ECPS bestaat momenteel uit prof. Hans de Doelder, mr. Joost Verbaan (directeur), mr. Ronald Verbeek en mr. Barbara Salverda. Fieke Smeets verricht als student-assistent ondersteunende werkzaamheden.

Het ECPS houdt zich momenteel bezig met de herziening van het Wetboek van Strafvordering van Curaçao, Sint Maarten en Aruba. Tevens heeft het ECPS een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht van Curaçao, Sint Maarten en Aruba. Ten behoeve van dit project bevindt het ECPS zich gemiddeld vijf maanden per jaar in Caribisch Nederland. Het project Herziening van het Wetboek van Strafrecht en Strafvordering van Curaçao, Sint Maarten en Aruba is een ruime acht jaar geleden van start gegaan met de herziening van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen en het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Wetboek van Strafrecht

Aanvankelijk was het de bedoeling dat het Wetboek van Strafrecht en de Wet BOB (die de herziening van het totale Wetboek van Strafvordering als spoedeisend vooraf gaat), zoals dat door het ECPS was aangeleverd, voor de opsplitsing van de Nederlandse Antillen in afzonderlijke entiteiten op 10 oktober 2010 door de toenmalige Staten van de Nederlandse Antillen zouden worden behandeld en aangenomen. Op die wijze zou zowel ten aanzien van het Wetboek van Strafrecht als met betrekking tot de Wet BOB worden bewerkstelligd dat alle afzonderlijke entiteiten die een voortzetting van de voormalige Nederlandse Antillen zouden vormen, gelijkluidende wettelijke bepalingen gelding zouden hebben. Het behoeft geen nadere uitleg welke voordelen het hebben van gelijkluidende bepalingen voor de opsporing, het openbaar ministerie, de rechterlijke macht en de advocatuur in de afzonderlijke entiteiten met zich brengt.

Anders dan het voornemen om de bepalingen voor opsplitsing van de Nederlandse Antillen te behandelen zijn de Staten van de Nederlandse Antillen in de Statenvergadering tot het besluit gekomen dat de voorliggende wetsvoorstellen Wetboek van Strafrecht en Wet BOB te precaire aangelegenheden betroffen om daarover niet door de afzonderlijke entiteiten een besluit te laten nemen.

Dat besluit betekende voor het ECPS dat het ontwerp-Wetboek van Strafrecht voor de Nederlandse Antillen diende te worden gewijzigd in twee afzonderlijke wetboeken van Strafrecht voor de afzonderlijke entiteiten, te weten een Wetboek van Strafrecht voor Curaçao en een Wetboek van Strafrecht voor Sint Maarten. Het Wetboek van Strafrecht voor de BES-eilanden is opgesteld door Nederland en betreft een combinatie van het oude Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen en voorstellen van het ECPS. Het ontwerp-Wetboek van Strafrecht voor Aruba behoefde geen wijziging. Voor de BOB-wetgeving gold dat de bepalingen geen aanpassing behoefden, maar wel door afzonderlijke entiteiten als eenvormige of gelijkluidende tekst diende te worden aangenomen waarover hieronder meer.

Na 10 oktober 2010 is het ontwerp-Wetboek van Strafrecht voor de Nederlandse Antillen aangepast om toepassing te kunnen vinden in de afzonderlijke entiteiten. In die aanpassing zijn enige verbeteringen ten opzichte van het ingediende Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen meegenomen en enige nieuwe bepalingen toegevoegd conform de wens van de verschillende Ministers van Justitie. Tevens is gekozen voor een nummering, die zowel in Curaçao, Sint Maarten als Aruba gaat gelden.

In Curaçao is het nieuwe Wetboek van Strafrecht uiteindelijk unaniem aangenomen door de Staten op 7 juli 2011. Op 15 november 2011 is het Wetboek van Strafrecht van Curaçao in werking getreden. Na inwerkingtreding zijn aan diverse instanties nog enige presentaties gegeven over het nieuwe Wetboek van Strafrecht door het ECPS. Het ECPS heeft in samenwerking met Wolf Legal Publishers een uitgave gepubliceerd met daarin het Wetboek van Strafrecht en een bewerkte Memorie van toelichting. In Aruba is het Wetboek van Strafrecht op 18 april 2012 aangenomen. In Aruba is men voornemens het Wetboek van Strafrecht op 1 januari 2013 in werking te laten treden. Ook in Sint Maarten is het Wetboek van Strafrecht aangenomen. De datum van de inwerkingtreding is nog niet bekend.

Het ECPS stelt momenteel in opdracht van de landen de concept Uitvoeringswetgeving op die hoort bij het nieuwe Wetboek van Strafrecht. In dit kader heeft mr. Dr. Sanne Struijk het ECPS ondersteund door de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten te bezoeken en daar te overleggen met de instanties die betrokken zijn bij de Uitvoeringspraktijk (gevangeniswezen, OM, advocatuur, rechters, ziekenhuizen etc).

Wet BOB en andere spoedeisende veranderingen

De BOB-wetgeving is inmiddels in Aruba, Curaçao en Sint Maarten aangenomen en in werking getreden. Derhalve beschikken de landen nu over wettelijk geregelde bijzondere opsporingsbevoegdheden. Het ECPS is nauw betrokken geweest bij het opstellen van deze wetgeving en de bijbehorende Memorie van toelichting. Eind 2012 wordt een boek verwacht met daarin de teksten van de landsverordeningen en de Memorie van toelichting. Ook dit boek staat onder redactie van het ECPS.

Werkwijze ECPS bij Herziening Wetboek van Strafvordering

De Erasmus Universiteit Rotterdam bereidt in de persoon van Prof. mr H. de Doelder, bijgestaan door de medewerkers van het ECPS, de teksten voor ten behoeve van een nieuw Wetboek van Strafvordering. Het ECPS presenteert de concept wetsteksten met een concept Memorie van toelichting aan de leden van de Commissie (thans de Gezamenlijke Commissie Herziening Wetboek van Strafvordering van Aruba, Curaçao en St. Maarten en van Bonaire, St. Eustatius en Saba). De leden van de Commissie bespreken de teksten en zijn in de gelegenheid wijzigingsvoorstellen te doen. Aan de hand van deze opmerkingen maakt het ECPS een nieuwe versie, welke versie wederom door de Commissie wordt besproken. Dit proces kan zich enige malen herhalen. Uiteindelijk wordt de eindtekst vastgesteld. Er wordt gemiddeld zo’n vijf keer per jaar vergaderd door de Commissie. Deze vergaderingen vinden plaats in Curaçao, Sint Maarten en Aruba en worden altijd bijgewoond door twee medewerkers van het ECPS.

Wetboek van Strafvordering

Wat nu voornamelijk resteert is de herziening van het Wetboek van Strafvordering. Het project Herziening Wetboek van Strafvordering zal geschieden onder de leiding van een gezamenlijke Commissie Wetboek van Strafvordering van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, St. Eustatius en Saba. Het project wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, St. Eustatius en Saba. Het project is bij uitstek grensoverschrijdend. De achtergrond daarvan is gelegen in een formele reden die is gelegen in de na te streven eenvormigheid en in elk geval concordantie. Als materiële reden valt te noemen de dringende en dwingende noodzaak, dat zowel het genoemde Hof als ook de Hoge Raad der Nederlanden niet te maken krijgen met meerdere Caribische Wetboeken van Strafvordering.

Inhoudelijk wordt het bestaande Wetboek van Strafvordering, dat eerst per 1997 in werking is getreden, geëvalueerd en aangepast op eventuele tekortkomingen en verder zal het wetboek worden voorzien van een update. De laatste jaren zijn in Nederland talrijke wijzigingen in het Wetboek van Strafvordering aangebracht. We spreken alleen al over ruim honderd wijzigingen in de periode 1995-2012 en de stroom is zeker niet opgedroogd. Alle wijzigingen zullen moeten worden beoordeeld en bekeken wordt of de wijzigingen ook in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, St. Eustatius en Saba noodzakelijk zijn. Gestreefd wordt naar een zo eenvoudig mogelijke implementatie. Die implementatie kan niet bestaan in het eenvoudig kopiëren van de teksten, aangezien de opbouw van het Wetboek van Strafvordering van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, St. Eustatius en Saba een andere is dan die van het Wetboek van Strafvordering van Nederland.

De noodzaak om het Wetboek te herzien is groot. Niet slechts vanwege het enorme aantal wijzigingen dat de afgelopen jaren in Nederland is doorgevoerd, maar eenvoudig omdat de ontwikkelingen in het recht aanpassingen vereisen. Als voorbeeld kunnen we hier noemen de juridische en verdragstechnische noodzaak om over te gaan tot codificatie van de Salduz-uitspraak en de wetswijzigingen die deze uitspraak met zich brengen. Ook de uitbreiding van de mogelijkheden voor politie en justitie in het kader van de effectieve terrorismebestrijding is van groot belang.

Verblijf in Caribisch Nederland

Zoals reeds gezegd, verblijft het ECPS gemiddeld vijf maanden per jaar in Caribisch Nederland. Het vaste verblijf van prof. De Doelder en een van zijn werknemers is in Curaçao. Daar heeft het ECPS een kantoor in het gebouw van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Vanuit Curaçao vliegt het ECPS naar Aruba en Sint Maarten voor vergaderingen en overleg met bijvoorbeeld de Ministers van justitie. De aanwezigheid van het ECPS in Caribisch Nederland draagt bij aan prima samenwerking tussen het ECPS en de lokale instanties. Het ECPS is inmiddels een bekend fenomeen in Curaçao, Sint Maarten en Aruba en niet zelden wordt het ECPS gevraagd om lezingen te houden en colleges te verzorgen op bijvoorbeeld de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA). Zo hebben mr. Verbaan en mr. Verbeek nog dit jaar hoorcolleges verzorgd in het vak Materieel Strafrecht op de UNA. Na de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Strafrecht is door het EPCS onderwijs verzorgd aan de politie, advocaten, OM en de rechters in de landen over het nieuwe wetboek. Hetzelfde geldt voor de BOB-wetgeving.