Curriculum

Parttime master Commercieel Privaatrecht

De vakken in het masterprogramma volgen elkaar logisch op en de thema’s zijn op elkaar afgestemd. De onderwerpen binnen de verschillende vakken worden belicht vanuit diepgaande juridische analyses, internationaal perspectief, (rechts-)economische, psychologische en (rechts-)sociologische invalshoeken. De maatschappelijke rol van het rechtsgebied en ethische vraagstukken komen aan bod.

De leerlijn Methode van Onderzoek loopt vanaf de start van de master door de vakken heen. In blok 6 wordt de leerlijn Methode van Onderzoek afgesloten. U maakt in een vroeg stadium kennis met het doen van wetenschappelijk onderzoek. Voor aanvang van de scriptie heeft u de nodige ervaring opgedaan met het zelfstandig verrichten van wetenschappelijk onderzoek. 

1e Semester (april 2018 - juli 2018)

Blok 1 (10 weken)

Blok 2 (5 weken)

Transacties
10 ECTS 

Financiering en Zekerheden
5 ECTS 

2e Semester & 3e Semester (september 2018 - juli 2019)

Blok 3 (10 weken)

Blok 4 (10 weken)

Blok 5 (10 weken)

Blok 6 (4 weken)

Blok 7 (10 weken)

Onderneming, Organisatie en Risico's

10 ECTS

Arbeid en Onderneming

10 ECTS

Aansprakelijkheid en Verzekering

10 ECTS 

Methoden van Onderzoek


5 ECTS 

Scriptie

 


10 ECTS

Excursie

In blok 1 tijdens het vak transacties vindt een buitenlandexcursie plaats. U bezoekt (internationale-) bedrijven en volbrengt een opdracht gericht op de thematiek van het vak transacties.


Accreditatie

NVAO oordeelt onvoorwaardelijk op alle onderdelen positief over de parttime master Commercieel Privaatrecht. ESL biedt hiermee als eerste Nederlandse universiteit een op maat gesneden opleiding voor werkenden in deeltijd. Ook HBO'ers en niet-juristen met een WO-master kunnen worden toegelaten door middel van een toegepast voorbereidingsprogramma. Voor een kopie van het besluit zie dit document.


Civiel Effect

De parttime master Commercieel Privaatrecht is een op maat gesneden opleiding voor bedrijfsjuristen. De opleiding verleent geen civiel effect, dat van belang is als u een zogenaamd togaberoep als advocaat, rechter of officier van justitie ambieert. Met uitzondering van deelnemers met een reeds in bezit zijnde wo-bachelor Rechtsgeleerdheid.


Vakomschrijving

Show all / Hide all

fold faq

Transacties

Tijdens dit vak staan commerciële transacties centraal, oftewel overeenkomsten waarbij in ieder geval één der partijen een bedrijf of overheidsinstantie is. Aan het begin van het vak wordt ruim aandacht besteed aan het antwoord op de vraag wanneer een overeenkomst tot stand komt en tussen wie, en wordt ook het aanbestedingsrecht beroerd. In een commerciële omgeving wordt geregeld onderhandeld over de te maken afspraken en dus is de precontractuele fase van groot belang. Hier zal dan ook aandacht voor zijn, evenals voor het antwoord op de vraag op welke wijze de risico’s voor aansprakelijkheid voor afgebroken onderhandelingen kunnen worden beperkt.

Wanneer eenmaal een overeenkomst tot stand is gekomen, komt de vraag naar de inhoud van die overeenkomst aan de orde en dus ook de vraag naar uitleg van de gemaakte afspraken. De wijze van uitleg van gemaakte afspraken is een belangrijke bron van dispuut, daarom wordt in dit vak de wijze van uitleg van afspraken belicht en wordt behandeld op welke wijze een contract zo kan worden ingericht dat zo min mogelijk discussie over de uitleg kan ontstaan. Een groot deel van de afspraken tussen (commerciële) partijen zijn neergelegd in algemene (inkoop)voorwaarden. In het vak wordt daarom ingegaan op de toepasselijkheid van algemene voorwaarden en op de inhoud daarvan: wat is de betekenis van exoneraties, garanties en vervalbedingen? Daarnaast komen de remedies aan bod die een contractant kan uitoefenen indien zijn wederpartij niet kan nakomen, alsmede de wijze waarop deze ‘remedies’ moeten worden uitgeoefend: wanneer is een ingebrekestelling nodig, wanneer moet worden geklaagd over een gebrekkige prestatie, en hoe moeten de rechten worden veiliggesteld voordat verjaringstermijnen of contractuele vervaltermijnen verlopen?

Tot slot wordt aandacht besteed aan een aantal internationaal privaatrechtelijke aspecten: welk recht is van toepassing, welke rechter is bevoegd en op welke wijze kan een partij zijn recht halen bij een buitenlandse wederpartij? Tijdens de bijeenkomsten zal daar waar nuttig en mogelijk, aandacht worden besteed aan de doorwerking van Europees recht op (internationaal) privaatrecht en de rechtsvergelijking met onder meer het Engelse recht. Ook wordt ingegaan op het Weens Koopverdrag, de Unidroit Principles for International Commercial Contracts en het Common European Sales Law.

fold faq

Financiering en Zekerheden

Tijdens dit vak, dat een verdieping vormt van het vak Goederen- en Insolventierecht, worden een aantal actuele en voor de praktijk relevante topics uit het Zekerhedenrecht behandeld. Waar nodig of relevant zullen daarbij ook rechtsvergelijkende accenten worden gelegd. Het vak vangt aan met een grondige bespreking van de borgtocht en de afbakening ervan ten aanzien van aanverwante rechtsfiguren zoals hoofdelijkheid en de autonome garantie. Vervolgens wordt dieper ingegaan op het pandrecht op vorderingen, dat voor de praktijk ongetwijfeld de belangrijkste zekerheid uitmaakt. Hoe wordt een dergelijk pandrecht gevestigd en geëxecuteerd? Welke vorderingen kan het precies waarborgen?

Na het pandrecht op vorderingen komt het eigendomsrecht aan bod, en meer bepaald het eigendomsrecht als zekerheidsinstrument. Evident wordt daarbij uitgebreid aandacht besteed aan het eigendomsvoorbehoud, maar evenzeer wordt stilgestaan bij de vraag of en in welke mate een eigendomsoverdracht tot zekerheid mogelijk is. Onvermijdelijk komt bij dit laatste ook de invloed van Europese regelgeving ter sprake. In de daaropvolgende bijeenkomst staan de overgang- en overdracht van zekerheden centraal. Kunnen zekerheden worden overgedragen? Wat als een zekerheid meerdere vorderingen waarborgt en een gedeelte van de gewaarborgde vorderingen wordt overgedragen? Dit zijn slechts enkele van de vele praktijkrelevante vragen die tijdens deze bijeenkomst worden beantwoord. De ‘pièce de résistance’ van dit vak wordt voorbehouden voor de laatste bijeenkomst, waarin wordt besproken hoe de verscheidene zekerheden gedijen in een faillissementscontext. Uiteraard is dat de ultieme lakmoesproef voor iedere zekerheid, daar pas in een faillissementscontext duidelijk wordt hoe sterk een zekerheid werkelijk is.

fold faq

Onderneming, Organisatie en Risico’s

Het vak Onderneming, Organisatie en Risico’s gaat enerzijds over de interne structuur van kapitaalvennootschappen (NV en BV) en anderzijds over ondernemingsrechtelijke en procesrechtelijke aspecten die verband houden met geschillen binnen en rond ondernemingen. Tijdens het vak Onderneming, Organisatie en Risico’s zal dus zowel de faciliterende als de regulerende rol van het ondernemingsrecht worden belicht.

De faciliterende rol van het ondernemingsrecht
Een deel van de bijeenkomsten zal gericht zijn op de faciliterende rol van het ondernemingsrecht waarbij de interne structuur van kapitaalvennootschappen (de NV en de BV) wordt behandeld. Aandacht zal worden besteed aan het geheel aan regels en praktijken dat de zeggenschapsverhoudingen binnen een vennootschap en de verantwoording over de zeggenschapsuitoefening bepaalt. Hoe functioneren het bestuur, de aandeelhouders en de commissarissen ten opzichte van elkaar? Hoe wordt verantwoording afgelegd over de uitoefening van zeggenschap? En hoe vindt de besluitvorming binnen de vennootschap plaats en kunnen deze besluiten worden aangetast? Ook zal worden stilgestaan bij de vertegenwoordiging van de vennootschap naar derden.

De regulerende rol van het ondernemingsrecht
Daarnaast zal nader worden ingegaan op de regulerende rol van het ondernemingsrecht. Aan bod komen de verschillende gedragsregel die voor actoren binnen een onderneming gelden. Ook worden de diverse geschillen die binnen en rond vennootschappen kunnen spelen in deze bijeenkomsten behandeld. Dit kan variëren van bijvoorbeeld een geschil over wanbeleid van het bestuur, een geschil over aansprakelijkheid van actoren binnen een onderneming, tot een geschil over de inhoud van de jaarrekening. In deze procedures draait het veelal om de relatie tussen aandeelhouders onderling, de relatie tussen aandeelhouders, de raad van commissarissen en het bestuur, of de relatie tussen de vennootschap en haar werknemers en/of crediteuren.

Benaderwijze van de onderwerpen
Tijdens de bijeenkomsten zal het desbetreffende onderwerp op verschillende wijze worden benaderd. Naast een afzonderlijke bijeenkomst over Europese en internationale aspecten, zal tijdens de bijeenkomsten daar waar nuttig en mogelijk aandacht worden besteed aan rechtsvergelijkende aspecten. Tevens zal op onderdelen sprake zijn van een interdisciplinaire benadering, zoals aandacht voor agency-problemen en voor de mogelijke gevolgen van wetgeving op het gedrag van actoren. 

Gedurende de bijeenkomsten zal steeds eerst een bijdrage worden geleverd aan het vergroten van het kennisniveau door het geven van een uiteenzetting van de heersende theorieën en actuele ontwikkelingen op het gebied van het onderwerp. Vervolgens zal gezocht worden naar een nadere concretisering van het onderwerp door vorengenoemde theorieën en ontwikkelingen toe te passen op verschillende casusposities. Ten slotte zal aan de hand van een discussie, gevoed door vragen uit de praktijk, een laatste verdiepingsslag worden gemaakt. Hiermee wordt bewerkstelligd dat het aangereikte onderwerp tijdens de bijeenkomsten wordt omgezet in praktische kennis die de student kan toepassen op zijn directe werkomgeving.

fold faq

Arbeid en Onderneming

Europa heeft voor 2020 als kerndoelstelling dat 75% van de bevolking tussen 20 en 64 jaar werkzaam is. Momenteel zijn in de EU 23 miljoen mensen werkloos, zo'n 10% van de beroepsbevolking. Om een groeiende en concurrerende economie te behouden, zijn er meer banen nodig. Bovendien krimpt vanaf 2012 de bevolking van arbeidsgeschikte leeftijd. Als men de sociale zekerheid in stand wil houden, moeten er meer mensen aan de slag. Daartoe worden onder meer hervormingen voor flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt (‘flexicurity’) voorgesteld. Deze maatregelen hebben effect op het handelen op, en denken over, onze nationale arbeidsmarkt.

Het dagelijks bedrijfsleven ondervindt als geen ander de dynamiek van de (inter)nationale arbeidsmarkt. Ondernemers moeten snel kunnen inspelen op veranderingen in de markt. Dat vraagt om flexibiliteit en inzet van personeel. De flexibiliteit van personeel blijkt uit de steeds groter wordende groep zzp’ers, payrollers, contractors en andere personen in de flexibele schil. Ook de werkplek wordt steeds meer plaats en tijd ongebonden, hetgeen nieuwe uitdagingen met zich brengt op het terrein van organisatie van arbeid. Het arbeidsrecht als zodanig speelt bij dit alles een cruciale rol. De centrale vraag is of de beschermingsfunctie van het arbeidsrecht uit het begin van de vorige eeuw nog actueel is en in hoeverre economische doelstellingen en sociaal beleid via het arbeidsrecht gereguleerd (kunnen) worden.

In het vak ‘Arbeid en Onderneming’ zullen de belangrijkste themata op het terrein van het (inter)nationale arbeidsrecht in de dagelijkse ondernemingspraktijk worden uitgediept, te weten: de (kwalificatie van) de arbeidsovereenkomst, de (in- en externe)flexibele organisatie van arbeid (zzp, payrolling, contracting), het ontslagrecht, de (eenzijdige) wijziging van arbeidsvoorwaarden, de (internationale aspecten van) overgang van onderneming en het collectief arbeidsrecht. Het collectief arbeidsrecht behelst onder meer de (totstandkoming van de) cao en de rol van de medezeggenschap binnen een onderneming. Tot slot zal in het kader van de ‘zieke werknemer’ aandacht worden geschonken aan de Ziektewet, de Wet WIA(WAO) en de daaruit voortvloeiende re-integratieverplichtingen van werkgevers en werknemers. Kortom, alle arbeidsrechtelijke onderwerpen die in het bedrijfsleven aan de orde zijn, passeren de revue.

De genoemde themata worden niet alleen aan diepgaande juridische analyses onderworpen, maar zullen ook steeds vanuit andere disciplines worden belicht, zoals arbeidseconomie, rechtseconomie, arbeidspsychologie en rechtssociologie.

Omdat niet zelden arbeidsrechtelijke geschillen tot procedures leiden, vindt in dit blok tevens een moot court plaats. Aan de hand van een of meer dossiers zal in de rechtbank een zaak worden bepleit, waarmee argumentatieve en mondelinge vaardigheden worden geoefend en getoetst.

fold faq

Aansprakelijkheid en Verzekering

Tijdens dit vak zullen de belangrijkste aspecten van het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht aan bod komen. Aan het begin van het vak komen de grondslagen (en bijbehorende vereisten) van het aansprakelijkheidsrecht aan bod (eerste bijeenkomst). Nadat aan de vereisten voor aansprakelijkheid is voldaan, kan de omvang van de schadevergoeding worden vastgesteld; ook hier zal aandacht aan geschonken worden (derde bijeenkomst). Een belangrijk element bij zowel het vestigen van de aansprakelijkheid als het vaststellen van de omvang daarvan, is het causaal verband, welke dan ook in de tweede bijeenkomst uitgebreid aan bod komt. In de praktijk kan het aansprakelijkheidsrecht niet zonder het verzekeringsrecht. Vanwege de nauwe samenhang tussen deze twee vakgebieden, is ervoor gekozen de onderwerpen samen in dit vak te behandelen. Op het gebied van het verzekeringsrecht zullen eerst enkele capita uiteengezet worden (inclusief elementen uit titel 7.17 BW; bijeenkomst 4), waarna nader zal worden ingegaan op polistechnieken en het belang daarvan voor de praktijk (bijeenkomst 5), privacy, registratie en geschilbeslechting (bijeenkomst 6) en bewijsrechtelijke verhoudingen (bijeenkomst 7). Tot slot zal aandacht worden besteedt aan geschilbeslechting (incl. procesrecht) (bijeenkomst 8).

fold faq

Methoden van Onderzoek

De leerlijn ‘Methoden van Onderzoek’ volgt u niet alleen gedurende het vijfde blok van de parttime master Commercieel Privaatrecht (zoals in het programma opgenomen), maar loopt als leerlijn door de gehele master. Deze leerlijn beoogt inzicht te geven in methoden van wetenschappelijk onderzoek en in de wijze waarop bestudering van het commercieel privaatrecht daaraan een bijdrage kan leveren. Daartoe wordt aandacht besteed aan wetenschapsmethoden, interdisciplinariteit en rechtsvergelijking. Het vak is erop gericht om de verworven inzichten direct in de vakken waarin u bepaalde informatie in de leerlijn tot zich neemt en in het door u in het kader van de scriptie te verrichten scriptieonderzoek toe te passen.

Dit vak zal dus niet alleen gedurende dit blok plaatsvinden, maar loopt als leerlijn door de gehele opleiding. Steeds na het volgen van een videocollege (in totaal vier stuks in verschillende blokken van de master) en het doornemen van de daarbij behorende literatuur, zal de desbetreffende kennis ook direct in het vak waarin u de stof tot zich neemt, moeten worden toegepast. Bijvoorbeeld door het uitwerken van een schrijfopdracht voor het desbetreffende vak. Het toepassen van deze kennis telt mee voor het vak waartoe de schrijfopdracht behoort (de kern van de opdracht zal steeds het thema van het desbetreffende vak behelzen), niet voor de leerlijn ‘Methoden van Onderzoek’.

In het blok voorafgaand aan de scriptie zal de opgedane kennis worden getoetst door middel van een kennistoets, waarna u aan de slag gaat met het schrijven van een werkstuk over de methoden van onderzoek bij het door u gekozen onderwerp voor de scriptie. In dat kader zullen ook twee (o.a. brainstorm) bijeenkomsten plaatsvinden. Dit werkstuk levert u tussentijds in concept in en zal worden doorgenomen door een mededeelnemer (peer-review), terwijl u zelf ook een concept werkstuk van een mededeelnemer doorneemt. Aan het eind van het blok levert u de definitieve versie van het werkstuk in.

fold faq

Scriptie

De scriptie is het afstudeerwerkstuk van de parttime master Commercieel Privaatrecht. Het is een proeve van bekwaamheid in het zelfstandig verrichten van privaatrechtelijk onderzoek en in de verslaglegging daarvan.

Reeds voorafgaand aan het vijfde blok, gaan de deelnemers met de opzet van het onderzoek aan de slag, zodat aan het begin van dit blok het onderzoeksplan klaar ligt en studenten kunnen starten met het daadwerkelijke onderzoek. Hiertoe zal er in het tweede blok van het tweede jaar een bijeenkomst aan de scriptie worden gewijd en kiest de deelnemer voorafgaand aan het derde blok van het tweede jaar zelfstandig een onderzoeksvraag in aansluiting op het rechtsgebied (binnen het onderwerp commercieel privaatrecht) waarbinnen de deelnemer zich wenst te profileren. Dit proces vindt plaats onder begeleiding van een docent-onderzoeker. Nadat de deelnemer een thema heeft gevonden, dient dit ter goedkeuring te worden voorgelegd, waarna nagedacht kan worden over een onderzoeksvraag. Hiertoe werkt de deelnemer het gekozen thema zelfstandig uit in een notitie, die na feedback van de docent-onderzoeker steeds zal worden aangescherpt tot er een werkbaar onderzoeksplan ligt en een scriptiebegeleider kan worden toegewezen. Op basis van dit onderzoeksplan voert de deelnemer in het vijfde blok het onderzoek uit en legt daarvan verslag.

Naast individuele begeleiding door de scriptiebegeleider, ontvangen de deelnemers ook begeleiding in de vorm van colleges waarin inzicht wordt gegeven in methoden van wetenschappelijk onderzoek en in de wijze waarop bestudering van het commercieel privaatrecht daaraan een bijdrage kan leveren. Gedurende deze colleges zal aandacht zijn voor onderzoeksmethoden in het algemeen, interdisciplinariteit, rechtsvergelijking en de mogelijkheden om onderzoek te richten op relevante vraagstukken voor de beroepspraktijk en/of praktijkcasus. Deelnemers maken met de scriptiebegeleider individuele prestatieafspraken; alleen de deadline voor het inleveren van het eerste hoofdstuk (inleiding/onderzoeksopzet) en het inleveren het de eindversie van de scriptie zijn voor alle deelnemers gelijk. Tijdens het vijfde blok komen deelnemers twee keer bijeen om te discussiëren over onder meer brongebruik, de problemen die zij tijdens het schrijven tegen komen en over de verschillende manieren van onderzoek doen. Voorafgaand aan de eerste groepsbijeenkomst leest iedere deelnemer het eerste hoofdstuk van een mededeelnemer en voorziet dit van opmerkingen (peer review), die tijdens de eerste bijeenkomst besproken zullen worden.

Qua onderwerp worden deelnemers gestuurd een vraagstuk uit de eigen werkomgeving te nemen, zodat zij ten opzichte van de eigen werkomgeving worden gedwongen een onafhankelijke positie in te nemen en wetenschappelijk onderzoek verrichten, die zij ook direct aan de praktijk kunnen koppelen en daar de meerwaarde van kunnen inzien.