Voorbereidingsprogramma

U wordt toegelaten tot de parttime master Commercieel Privaatrecht na het succesvol afronden van een voorbereidingsprogramma. U dient het voorbereidingsprogramma te volgen indien u een wo-bachelor of wo-master heeft afgerond op het gebied van rechtsgeleerdheid (meer dan vijf jaar geleden voor de start van de opleiding) of in een andere wetenschappelijke discipline of opleiding op minimaal hbo-niveau met succes heeft afgerond.

Met het volgen van het voorbereidingsprogramma bereikt u drie doelen:

  1. u ontwikkelt academische vaardigheden op wo-bachelor niveau,
  2. u vergaart privaatrechtelijke basiskennis of frist uw privaatrechtelijke kennis op.
  3. u maakt kennis met het studietempo van de parttime master Commercieel Privaatrecht.

Toegang tot de master
Met het succesvol afronden van het voorbereidingsprogramma heeft u toegang tot de parttime master Commercieel Privaatrecht en vangt aan direct na het voorbereidingsprogramma.

De uiterste aanmelddatum voor het voorbereidingsprogramma is 31 oktober 2017.

Voorbereidingsprogramma (december 2017 - maart 2018)

Introductie (2 weken)

Blok 1 (5 weken)

 Blok 2 (5 weken)

Blok 3 (2 weken)

Academische Vaardigheden 
Start leerlijn

Verbintenissenrecht


7,5 ECTS

Goederen- en Insolventierecht
7,5 ECTS

Academische Vaardigheden 
5 ECTS 

De leerlijn Academische Vaardigheden loopt door het gehele voorbereidingsprogramma heen en u sluit deze leerlijn af met een werkstuk.

De vakken Verbintenissenrecht en Goederen- en Insolventierecht zijn meer inhoudelijk van aard. De bijeenkomsten zijn interactief en tijdens de bijeenkomsten gaat u in discussie en geven u en uw mededeelnemers presentaties over de stof.

Vakomschrijving

Show all / Hide all

fold faq

Academische Vaardigheden

Met het werkstuk dat het resultaat is van deze leerlijn wordt het theoretische onderwijs in het voorbereidingstraject geïntegreerd afgerond. Het vak is tegelijkertijd een voorbereiding op de masterfase van de opleiding. Omdat het zelfstandig doen van onderzoek een belangrijk aspect is van de masterfase, kan het werkstuk worden beschouwd als een voorbereiding daarop. Om die reden zijn de bijeenkomsten ten behoeve van de leerlijn ‘Academische Vaardigheden’ gericht op academische vaardigheden.

Dat betekent eveneens dat wij bij het werkstuk ook aandacht besteden aan multidisciplinaire, theoretische en rechtsvergelijkende perspectieven – perspectieven die kenmerkend zijn voor het onderzoek en onderwijs van onze faculteit.

Een multidisciplinair perspectief betekent dat bij het beantwoorden van een juridische vraag mede een beroep wordt gedaan op andere disciplines. Hulpdisciplines zullen vaak empirische disciplines zoals (rechts)economie, (rechts)sociologie of (rechts)psychologie zijn, maar het kunnen ook geesteswetenschappen zijn zoals (rechts)geschiedenis, retorica, ethiek of literatuurwetenschap, of de natuurwetenschappen.

Een theoretisch perspectief betekent dat een juridische vraag in verband wordt gebracht met de uitgangspunten van een leerstuk, de grondslagen van een vakgebied of een theoretische discussie over een deelterrein. Hierbij wordt gebruik gemaakt van rechtstheoretische of filosofische theorieën.

Bij een rechtsvergelijkende aanpak gaat het om een juridische vraag waarbij kennis over andere rechtssystemen nodig is. Het kan hierbij gaan om horizontale rechtsvergelijking, waarbij u een ander nationaal rechtssysteem betrekt, zoals dat van Engeland, Frankrijk, of Duitsland. Het kan ook gaan om verticale rechtsvergelijking, waarbij u internationaal of supranationaal recht vergelijkt met nationaal recht.

fold faq

Verbintenissenrecht

Verbintenissen komen voort uit contract of uit de wet. Het verbintenissenrecht omvat aldus het contractenrecht (ruimer: het rechtshandelingenrecht) en het onrechtmatige daadsrecht. Die onderdelen, en hun onderlinge raakvlakken, staan in dit vak centraal. Omdat het verbintenissenrecht deels bestaat uit rechtsregels met een ‘Europese’ achtergrond, zal tevens aandacht worden besteed aan de inpassing van dergelijke regels in het nationale recht. Procesrechtelijke en internationaal privaatrechtelijke kwesties blijven goeddeels buiten beschouwing.

Het doel van dit vak is primair om kennis op het gebied van het verbintenissenrecht op te doen en om deze te verdiepen. Deze kennis wordt verkregen door het bestuderen van en het nadenken over de stof. Dat gebeurt aan de hand van zelfstudie en onderwijsbijeenkomsten. Door de combinatie van gehanteerde onderwijsvormen doet u niet alleen veel kennis op, maar leert u deze ook toe te passen, door te trainen in het oplossen van casus. Al doende leert u juridische problemen te analyseren, kritisch na te denken over verschillende juridische teksten en problemen, en leert u te argumenteren, argumenten te wegen en oplossingen te verwoorden.

fold faq

Goederen- en Insolventierecht

Het goederenrecht is een van de twee pijlers van het vermogensrecht (samen met het verbintenissenrecht). Iedereen heeft te maken met goederenrecht, of het nu de vraag betreft wie eigendom van een gestolen fiets heeft of de vraag aan welke eisen een bank moet voldoen wil zij bewerkstelligen dat hij een geldig pandrecht krijgt op de handelsvorderingen van haar debiteur. Het goederenrecht is onlosmakelijk verbonden met het insolventierecht. Het goederenrecht bepaalt immers was een aanspraak van een partij na insolventie nog waard is. Denk aan vragen als moet de curator van de dief van bovengenoemde gestolen fiets deze fiets ook in faillissement teruggeven, of moet die juist ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers worden verkocht, of mag de bank die een geldig pandrecht op de handelsvorderingen van haar debiteur heeft verkregen haar vordering in faillissement verrekenen? Bovendien geeft het insolventierecht een aantal uitzonderingen en aanvullingen op het ‘gewone’ goederenrecht. Denk bijvoorbeeld aan de vraag of de eigenaar van een zaak deze zaak nog in faillissement kan overdragen.

In dit vak komt zowel het goederenrecht als het insolventierecht aan de orde. In dit vak staan verhaal, zekerheid en insolventie centraal. Het vak heeft daarbij tot doel om de deelnemer de hoofdregels van het goederen- en insolventierecht bij te brengen, zodat zij in de (commerciële) praktijk zelfstandig een goederen- of insolventierechtelijke casus kunnen oplossen. Vanwege het grote belang van dit leerstuk in de praktijk wordt er extra diep ingegaan op het leerstuk van de verpanding van vorderingen.