Prof. Houweling in FD: 'Wet werk en zekerheid is vooral voor mkb’ers fnuikend'

De Wwz maakt vast vaster, in plaats van minder vast. De waarschuwing
klonk al in 2014, en de vrees lijkt bewaarheid te worden.

Een volgend kabinet moet de rechter veel meer vrijheid en discretionaire bevoegdheid geven om zelf te bepalen of een werkgever zijn werknemer mag ontslaan. Het huidige ontslagrecht is zo star dat zelfs werkgevers met een goed verhaal vaak niet van hun werknemer afkomen, ook al is hun huwelijk allang op de klippen gelopen. Kantonrechters in Amsterdam en Rotterdam wezen in 2016 39% en 37,4% van de ontslagaanvragen af, blijkt uit het jurisprudentieonderzoek van Keulareds en Houweling. Dit percentage bedroeg pre-Wwz slechts 10%.

Dat concluderen onderzoekers en arbeidsrechtexperts Max Keulaerds en Ruben Houweling in hun evaluatie van de Wet werk en zekerheid, die op 1 juli 2015 in werking trad. Rechters wijzen een ontslagaanvraag sindsdien viermaal zo vaak af, blijkt uit hun jurisprudentieonderzoek: in maar liefst 80% van de gevallen acht de rechter het disfunctioneringsdossier onder de maat. Een onhoudbare situatie, menen de onderzoekers. Keulaerds volgde de parlementaire geschiedenis en de invoering van de ontslagwet op de voet, als voormalig voorzitter van de branchekoepel Vereniging voor Arbeidsrecht Advocaten Nederland (Vaan). Prof. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht bij ESL en voorzitter van de Vereniging voor Arbeidsrecht (VvA).


Publicatiedatum: 19 april 2017