Spotlight Interview | Prof. mr. Harriët Schelhaas

‘Recht waar je de maatschappij mee dient’

‘Ik ben sinds 2015 hoogleraar bij Erasmus School of Law. Daarvoor ben ik tien jaar advocaat geweest bij een groot commercieel kantoor. Daar heb ik natuurlijk veel gepleit en de gebruikelijke advocatendingen gedaan. Voor mijn tijd in de advocatuur was ik AIO en universitair docent in Utrecht. Mijn promotieonderzoek ging over het boetebeding in het Europese contractrecht, wat een superleuk onderwerp was. Maar ik heb gestudeerd in Leiden en ben dus via Leiden en Utrecht in Rotterdam beland.’

‘Binnen ESL doe ik onderwijs en onderzoek. En management natuurlijk, als voltijds hoogleraar ben je ook veel met de afdeling en de faculteit zelf bezig. Op het gebied van onderwijs houd ik me bezig met verbintenissenrecht en dan met name met contractenrecht.’

‘Ik heb altijd praktijk én wetenschap willen doen, publiceren, onderwijs geven en advocaat zijn, want de wisselwerking vind ik leuk. In het begin lukte dat nog wel, maar naar verloop van tijd zat ik tot diep in de nacht nog allemaal artikelen te typen en dat ging op een gegeven moment wringen. Toen heb ik een radicale keuze gemaakt en voor de academie gekozen. Dat bevalt me heel goed. ’

Het allerleukste om te doen
‘Het contractenrecht, het commerciële contractenrecht en het internationale contractenrecht vind ik echt het allerleukste om te doen. Je kunt zeggen dat dit mijn passie is. Het leuke ervan is dat je met contractenrecht je eigen wereld kunt scheppen. Je kunt er zelf een beetje mee puzzelen, je kunt zelf je regels neerleggen. Zo’n contract staat niet op zichzelf, maar is vaak een middel om een economische transactie neer te leggen. Als advocaat maakte ik vaak mee dat een cliënt zei: een contract vind ik zo ingewikkeld, ik wil gewoon een deal sluiten. En als advocaat moet je dan proberen om met behulp van het contractenrecht die deal te faciliteren.’

‘Met het contractenrecht dien je eigenlijk de maatschappelijke realiteit. Je ziet het gelijk terug in de praktijk. Ik probeer in onderwijs en onderzoek altijd de actualiteit erbij te betrekken: de wisselwerking tussen theorie en praktijk vind ik heel boeiend. Je leest vaak in de kranten dat er iets gebeurt – bijv. sjoemelsoftware in auto’s – en dat dan weerslag heeft op het recht, of andersom. En dat vind ik het mooie ervan. Direct effect, dus. En niet abstract, maar heel tastbaar eigenlijk. Dat vind ik het leukst en daar word ik blij van.’

‘Ook de internationale dimensie van het contractenrecht vind ik mooi. Ik zit in een internationale tijdschriftredactie waar we samenwerken met wetenschappers uit heel Europa. En wat we dan wel eens doen is dat we een uitspraak van de hoogste rechter uit een Europees land selecteren en dan vragen we eens een stuk of zes, zeven auteurs uit allerlei verschillende landen om daar vanuit hun nationale recht commentaar op te geven. Nou, superleuk! Omdat je dan ziet dat het recht toch echt overal anders is, en iedereen toch andere ideeën bij één en dezelfde uitspraak heeft.’

Zeven jaar procederen
‘Ik heb rechtsvergelijkend onderzoek gedaan naar de uitleg van contracten en gekeken naar de internationale verschillen (Engels, Frans en Duits recht). Welke regels hanteren ze en wat kan er bijvoorbeeld gezegd worden over de uitleg van Amerikaanse begrippen in het Nederlandse recht? Daar heb ik, samen met Lodewijk Valk van de Hoge Raad, ook een boekje over geschreven, Uitleg van rechtshandelingen.’

‘Er is in Nederland een procedure geweest, dat ging over de uitleg van twee woordjes: een belastingschuld as of 1 juli 1997, is dat met ingang van of een belastingschuld die tot die tijd is opgebouwd. De ene uitleg scheelt een paar miljoen euro met de andere uitleg. Daar is ruim zeven jaar over geprocedeerd. De vraag was hoe leggen we dat uit? De Hoge Raad heeft toen gezegd, het gaat om een commercieel contract, dus misschien moeten we dat dan meer letterlijk uitleggen dan wanneer je met consumenten aan het contracteren bent. Commerciële partijen die moeten nu eenmaal weten wat er met de tekst bedoeld is. De Hoge Raad heeft later alleen duidelijk gemaakt dat dat toch wat anders ligt en dat de uitleg afhankelijk is van alle feiten en omstandigheden van het geval.’

An Act of God
‘Wat ik in de praktijk en ook in theorie zie, is dat het recht steeds internationaler wordt. Dat geldt ook voor het Nederlandse recht. Contracten zijn bijvoorbeeld vaak in het Engels opgeschreven of er staan veel Engelse termen in Nederlandstalige contracten. Dit komt omdat bedrijven vaak een hoofdkantoor in Engeland of Amerika hebben en die doen al hun contracten het liefst op dezelfde manier. Dan staat er opeens dat iets een act of God is. Nu weten Engelse juristen wel wat daarmee bedoeld wordt, maar geldt dat ook voor een Nederlander? Dan is het dus de vraag hoe je dat uitlegt. Hoe ga je om met een Engels concept in een Nederlands contract?’

‘Ik vind dat je, als er twee commerciële partijen in het spel zijn, de contracten op een andere manier moet uitleggen. Commerciële contractanten hechten meer waarde aan rechtszekerheid zodat ze meer weten wat er aan de hand is. Als je als consument een ruzie krijgt, dan is dat minder belangrijk. En ik vind dat daar dus een andere norm voor moet gelden. De Hoge Raad is het niet met me eens (of ik niet met de Hoge Raad), maar dit vind ik wel. Ik heb wat aanbevelingen geschreven hierover. Dat is precies een terrein waar de praktijk en het recht elkaar ontmoeten.’

Dynamischer
‘Erasmus School of Law is jonger, minder hiërarchisch, een stuk opener en dynamischer dan andere universiteiten die ik ken. Rotterdam positioneert zich ook als een open stad met haven en handel. Rotterdam is een down to earth universiteit, denk ik. No nonsens, heel realistisch en geen poeha. Dat vind ik wel prettig, dat past helemaal bij mij.’

‘Erasmus School of Law heeft in vergelijking met andere universiteiten een diverse studentenpopulatie. Zo hebben we veel studenten met een migratieachtergrond. Als je naar onze collegezalen kijkt, dan staat onze universiteit misschien wel het dichtst bij de maatschappij. Het zou goed zijn om dat te onderstrepen. Aan de andere kant valt me op dat we relatief weinig vrouwen op hooglerarenposities hebben.’

‘Samenwerking zoeken met de praktijk vind ik prima. Immers: Where Law Meets Business. Het is ook zinvol om als wetenschapper te weten wat er in de business speelt. Mooie onderzoeksresultaten moeten gedeeld worden, vind ik, en het is mooi als de praktijk daar verder mee kan.’

‘Wat zou ik mee willen geven aan jonge wetenschappers die een academische carrière overwegen? Dat het hartstikke leuk is! Als je ergens écht in geïnteresseerd bent, is er niets mooiers dan een paar jaar in een onderwerp te duiken, daar in alle rust over na te denken en te schrijven en er de expert in te worden. Dus pak je kans en ga lekker onderzoek doen!’


Publicatiedatum: 6 juli 2017